Deze maand

De Auto & Architectuur #1

De Schelde Garage in de Amsterdamse rivierenbuurt is een gebouw ontworpen vanuit de liefde voor de auto. Het is bij de meeste Amsterdammers beter bekend vanwege het bowlingcentrum wat er gevestigd is, maar decennialang was het een belangrijk gebouw in de relatie tussen architectuur en de auto.

Het gebouw werd bedacht door Ford-importeur en dealer Henri Sieberg die lange tijd een showroom aan de Stadhouderskade had, dichtbij het Weesperpoortstation. Sieberg had de plek gekozen vanwege de vele forensen die via het nabijgelegen station de stad in kwamen maar toen hij hoorde dat het station gesloten zou worden, sloot hij de locatie in de Pijp en liet hij een nieuw pand neerzetten op het Scheldeplein waar hij auto's van het merk Willys ging verkopen.


Het gebouw werd in 1931 ontworpen door architect N. Ch. Dekker en hij combineerde twee architectuurstijlen: die van de Amsterdamse School en het modernisme. Dekker gaf het gebouw een gevel bestaande uit baksteen en graniet met grote raampartijen en toren met uurwerk en lantaarn. Het Algemeen Dagblad schreef na de opening hierover het volgende:


‘Bij avond zal dit imposante gebouw een sprookjesachtig lichtpaleis gelijken, waarvan de slanke toren zich verheft tegen den nachtelijken hemel,met in den top als een vurig oog het licht, dat gelijk een vuurtoren den automobilisten den juisten weg wijst naar een veilige ankerplaats voor hun wagens.’


Een vuurtoren voor automobilisten waar ze hun auto's veilig konden stallen! Maar niet alleen konden ze hun wagen daar parkeren, ze konden deze ook laten maken in de garage. Ook ontwierp Dekker in het gebouw kantoren, wachtkamers en zelfs een auto-lift. Deze konden onder meer bereikt worden door de zeer vernieuwende hellingbaan in het gebouw waar “wegens mogelijk gevaar, niet geloopen mocht worden.

De verkoop en assemblage van auto's stopte toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Het pand aan het Scheldeplein werd tijdens de oorlog door de bezetter gevorderd voor de opslag van oorlogsmateriaal. Tijdens de laatste oorlogsjaren werd begonnen met de fabricage van noodkacheltjes die door Sieberg aan de man werden gebracht. In de jaren 1960 werd het pand gekocht door de familie Knijn, die er aanvankelijk ook auto’s (Fiats) ging verkopen. In 1971 werden de werkplaatsen door Knijn ingericht als bowlinghal en werd de oorspronkelijke glazen gevel vervangen door de meer gesloten ramen. In 1979 verdween ook de Fiat Garage toen de begane grond werd ingericht als bankfiliaal die in 2006 weer werd vervangen door een supermarkt. Daarnaast bleef er altijd een parkeergarage dat vooral benut wordt door de huurders van het pand.

De Schelde Garage in de jaren 2000.

In 2012 startte Liesbeth van der Pol van Dok architecten met de herontwikkeling van het pand. Het verloederde pand onderging een complete renovatie waarmee het in originele grandeur werd hersteld. Een aantal verloren elementen werd weer teruggebracht. Zo is onder andere het natuursteen hersteld,het ronde balkon boven de entree teruggeplaatst en ook de pui op de begane grond is geheel vervangen, geïnspireerd op de oorspronkelijke situatie. Dok architecten voegde daarnaast ook nog een volledig nieuwe woonlaag toe aan het gebouw. Op het dakvlak zijn negen appartementen gerealiseerd, bereikbaar via een gezamenlijke binnenstraat. Als sluitstuk van de renovatie is de glazen lantaarn in hernieuwde vorm teruggeplaatst. Daarmee is ook de “veilige ankerplaats” voor de “wagens” ook weer terug op zijn plaats om ook de komende decennia auto’s op een veilige manier de stad in te loodsen.

De Schelde Garage vandaag de dag.